Misdaad & recht / Een levend dossier
De mondkapjesdeal: de winst moet terug, de strafzaak loopt nog
De civiele rechter kende ruim 20,7 miljoen euro toe aan de stichting, terwijl de Staat zelf niets kreeg. Hoger beroep en de afzonderlijke strafzaak lopen nog.
Laatste belangrijke ontwikkeling
6 mei 2026De rechtbank weigert 150.000 euro uit civiel beslag vrij te geven voor de verdediging van een betrokkene
Stand van zaken
In april 2020, tijdens de eerste chaotische weken van de coronapandemie, kocht het Landelijk Consortium Hulpmiddelen namens de overheid 40 miljoen mondkapjes voor 100,8 miljoen euro. De leverancier was Relief Goods Alliance, een commerciële bv van Sywert van Lienden, Bernd Damme en Camille van Gestel. Dezelfde drie mannen stonden achter Stichting Hulptroepen Alliantie, die zich juist als initiatief zonder winstoogmerk presenteerde.
De deal leverde de drie via hun vennootschappen meer dan twintig miljoen euro winst op. De maatschappelijke verontwaardiging draaide vooral om de combinatie van een publiek non-profitverhaal, vrijwilligers en bedrijven die belangeloos hielpen, en een commerciële structuur waarvan de winst bij de initiatiefnemers terechtkwam. De rechtbank stelde in 2022 vast dat het onderscheid tussen stichting en bv naar buiten toe onduidelijk bleef en dat Van Lienden en Damme als stichtingsbestuurders een conflicterend eigen belang lieten voortbestaan. Zij werden als bestuurders ontslagen. Rechtbank Amsterdam, 21 juli 2022
In februari 2025 volgde het belangrijkste civiele oordeel. De rechtbank vond dat het drietal zonder voldoende openheid een concurrerende commerciële onderneming had opgericht en het persoonlijke winstbelang boven het belang van de stichting had gesteld. Zij en hun vennootschappen moesten ruim 20,7 miljoen euro aan Stichting Hulptroepen Alliantie en haar dochter betalen als voorschot op de schade. Het precieze schadebedrag moet nog apart worden vastgesteld. Rechtbank Amsterdam, 5 februari 2025
De Staat verloor in hetzelfde vonnis zijn eigen claim. Volgens de rechtbank wist VWS dat de overeenkomst werd gesloten met de commerciële bv van de drie en maakte het ministerie er destijds geen punt van waar de winst terechtkwam. Daarmee is civiel niet vastgesteld dat de overheid over de commerciële contractspartij werd bedrogen. Dat oordeel neemt niet weg dat de stichting, vrijwilligers en buitenwereld onvolledig zijn geïnformeerd. Het maakt vooral duidelijk dat de verschillende relaties juridisch anders moeten worden beoordeeld.
Tegen het civiele vonnis loopt hoger beroep. Beslag van de stichting en haar dochter had in november 2025 voor ruim 16,5 miljoen euro doel getroffen. Dat bedrag is zekerheid voor eventueel verhaal en is niet hetzelfde als definitief terugbetaald geld. Het gerechtshof verwachtte de hoofdzaak in hoger beroep vermoedelijk in de eerste helft van 2027 inhoudelijk te behandelen. Gerechtshof Amsterdam, 7 november 2025
Daarnaast loopt een afzonderlijke strafzaak, Full Sutton. Het Openbaar Ministerie verdenkt de drie voormalige bestuurders van oplichting, verduistering, valsheid in geschrifte en witwassen. De rechtbank Rotterdam meldt dat de zaak nog in de voorbereidende fase zit; een inhoudelijke zitting en uitspraak zijn niet gepland. Deze verdenkingen zijn dus nog niet bewezen. Rechtspraak, geraadpleegd 26 september 2026
Wat veranderde ons beeld?
Het verhaal bleek uit twee organisaties te bestaan
Aanvankelijk stond vooral het succesvolle burgerinitiatief Hulptroepen.nu in beeld: een stichting die zonder winstoogmerk beschermingsmiddelen voor de zorg regelde. Later werd duidelijk dat de initiatiefnemers daarnaast RGA hadden opgericht, met dezelfde soort activiteiten maar met een winstoogmerk. De winst van de grote overheidsorder liep via die bv naar hun persoonlijke houdstermaatschappijen. Dat onderscheid verklaart waarom de deal als vertrouwensbreuk werd ervaren.
De Staat was minder onwetend dan vaak werd aangenomen
De onthulling dat de winst verborgen bleef voor vrijwilligers en publiek leidde gemakkelijk tot het beeld dat ook VWS dacht zaken te doen met een non-profitstichting. Het Deloitte-onderzoek liet een ingewikkelder werkelijkheid zien. RGA en SHA hielden de verwarring in contacten bewust in stand en zetten publieke en politieke druk, maar VWS en het LCH wisten bij ondertekening dat de contractspartij RGA B.V. was. In de crisissfeer gold bovendien de opdracht om maximaal in te kopen. Kamerbrief over het Deloitte-onderzoek, 16 september 2022
De civiele rechter trok daar in 2025 een duidelijke grens uit: tegenover de stichting handelde het trio onrechtmatig, maar de Staat kon de winst niet opeisen met het argument dat hij over de commerciële deal was misleid. Dit zegt niets definitiefs over de nog lopende strafrechtelijke beschuldigingen, waarvoor andere bewijsregels en delictsomschrijvingen gelden.
Een betalingsveroordeling bleek nog geen ontvangen geld
De uitspraak van ruim 20,7 miljoen euro klonk als een afgeronde terugbetaling. In werkelijkheid is het bedrag een voorschot, loopt hoger beroep en botsen civiele en strafrechtelijke beslagen. Wel is een aanzienlijk deel van het vermogen veiliggesteld: ruim 16,5 miljoen euro aan civiel beslag had doel getroffen. In mei 2026 weigerde de voorzieningenrechter bij één betrokkene 150.000 euro vrij te geven, omdat zijn wisselende opgaven onvoldoende duidelijkheid gaven over grote geldstromen. Rechtbank Amsterdam, 8 mei 2026
Wat weten we nog niet?
Blijft het civiele vonnis overeind? Het gerechtshof moet opnieuw beoordelen of en in welke omvang de betrokkenen aansprakelijk zijn. Tot die uitspraak is de verplichting van ruim 20,7 miljoen euro uitvoerbaar, maar juridisch niet definitief. Ook het uiteindelijke schadebedrag staat nog niet vast.
Hoeveel geld komt daadwerkelijk bij de stichting terecht? Beslag betekent dat vermogen is geblokkeerd om verhaal mogelijk te maken. Het betekent niet dat SHA het geld al vrij kan besteden. De samenloop met strafvorderlijk beslag en de uitkomst van het hoger beroep bepalen hoeveel uiteindelijk kan worden geïnd.
Zijn strafbare feiten gepleegd? Het OM zegt van wel en heeft vier delicten ten laste gelegd. De verdediging heeft nog geen inhoudelijk proces gehad en de rechter heeft nog geen bewijs gewogen. Voor een antwoord zijn de inhoudelijke behandeling en een vonnis nodig.
Wat is de verantwoordelijkheid van de overheid? Het feitenonderzoek beschreef politieke druk, onduidelijke verantwoordelijkheden tussen VWS en het LCH en een crisiscultuur van maximaal inkopen. De civiele rechter wees de geldclaim van de Staat af. Dat is geen algemeen oordeel dat de inkoop zorgvuldig was; het betekent dat de gekozen civiele grondslag voor teruggave van de winst niet slaagde.
Hoe liep het af?
Nog niet definitief. Van Lienden en Damme zijn als stichtingsbestuurders ontslagen en mochten vijf jaar geen bestuurder of commissaris van een stichting zijn. In eerste aanleg is ruim 20,7 miljoen euro als voorschot aan de stichting toegewezen, maar de Staat kreeg geen recht op die winst. Het hoger beroep over die civiele uitkomst loopt door.
Van het vermogen was eind 2025 ruim 16,5 miljoen euro door civiel beslag geraakt. Omdat dat beslag mede samenloopt met strafvorderlijk beslag, kan dit niet als een voltooide terugbetaling worden gezien. De strafzaak moet nog inhoudelijk beginnen. Totdat de strafrechter oordeelt, blijven Van Lienden, Damme en Van Gestel verdachten en geen veroordeelde daders.
Tijdlijn
25 maart 2020 — Stichting Hulptroepen Alliantie opgericht. Het initiatief wil zonder winstoogmerk beschermingsmiddelen voor de zorg beschikbaar maken.
14 april 2020 — Commerciële bv opgericht. De initiatiefnemers richten via hun holdings Relief Goods Alliance op.
22 april 2020 — Deal voor 40 miljoen mondkapjes. RGA sluit voor 100,8 miljoen euro overeenkomsten met het LCH.
15 mei 2021 — Commerciële winst wordt publiek. Berichtgeving maakt zichtbaar dat de grote deal via RGA liep en de initiatiefnemers persoonlijk profiteerden.
21 juli 2022 — Bestuurders ontslagen. De rechtbank ziet conflicterende belangen en onvoldoende helder onderscheid tussen stichting en bv.
16 september 2022 — Feitenonderzoek gepubliceerd. Deloitte reconstrueert de crisisinkoop, de druk op het LCH en de vermenging tussen SHA en RGA.
19 december 2024 — Eerste regiezitting strafzaak. Full Sutton gaat de voorbereidende fase bij de rechtbank Rotterdam in.
5 februari 2025 — Ruim 20,7 miljoen voor de stichting. De civiele rechter kent een voorschot toe aan SHA en wijst de vordering van de Staat af.
7 november 2025 — Beslag en hoger beroep. Het hof meldt ruim 16,5 miljoen euro getroffen beslag en verwacht inhoudelijke behandeling van het hoger beroep in 2027.
28 januari 2026 — Strafkamer blijft zitten. Een wrakingsverzoek van het OM wordt afgewezen; de zaak wordt door dezelfde rechters voortgezet. Rechtbank Rotterdam, 28 januari 2026
6 mei 2026 — Geen extra geld uit beslag. De rechtbank weigert bij één betrokkene 150.000 euro vrij te geven voor rechtsbijstand wegens onvoldoende inzicht in zijn financiële positie.
Bronnen en actualiteitscontrole
Dit dossier is gecontroleerd tot en met 26 september 2026. De reconstructie steunt op uitspraken en procesinformatie van de Rechtspraak en op het aan de Tweede Kamer gezonden feitenonderzoek. De civiele hoofdzaak is in hoger beroep en het exacte schadebedrag staat nog niet vast. De strafzaak is niet inhoudelijk behandeld. Bedragen onder beslag zijn daarom beschreven als veiliggesteld vermogen, niet als definitief terugbetaald geld.